Verbeter de wereld, begin op ons veld. Ecologische en sociale impact van industriële landbouw, agro-ecologie als alternatief

(Januari 2012: Frederic Ghys)

Indignez-vous ! schreef de 85 jarige oud-verzet strijder Hessel, het werd dé strijdkreet van 2011. Vanuit zijn jarenlange engagement zet hij ons aan om de onderwerpen te identificeren die onze verontwaardiging waard zijn.  Aan dit moreel appel valt moeilijk te weerstaan, want de problemen zijn urgent en dramatisch. Wij staan voor een ecologische, financiële en sociale crisis. Indien we als bezorgde burger kennis nemen van de stapels wetenschappelijke rapporten en de krantenberichten die de contouren schetsen van deze crisis, kan men al snel bevangen worden door een beklemmend gevoel van  overweldiging.  De tsunami van onheilsberichten kan zelf de meest geëngageerde humanist met wanhoop doen vervullen. Een kritische beschouwing van de aard van de problemen en haar oorzaken kan ons duidelijkheid geven over de richting van onze verontwaardiging. Een open blik naar de alternatieven kan ons de nodige zuurstof geven om de moed te voeden om de verandering mee in beweging zetten. In dit dossier wil ik jullie kort meenemen naar mijn zoektocht naar het onderwerp dat volgens mij verontwaardiging waard is, het thema van de landbouw.

Wereldwijd vormen honger en ondervoeding de belangrijkste bedreigingen voor de menselijke gezondheid en het recht op leven.  Eind 2011 waren er 1 miljard ondervoedde mensen in de wereld, dat betekent dan een op zeven van onze medemensen niet genoeg voedsel hebben om een gezond en actief leven te leiden[i]. Opmerkelijk genoeg zijn 50% van deze extreem hongerige mensen boeren en boerinnen die normaal gezien voedsel zouden kunnen produceren[ii].

Daarenboven zijn deze boeren direct afhankelijk van hun lokaal ecosysteem om in hun behoeften te voldoen. De Verenigde Naties identificeert als belangrijkste oorzaken van deze honger  natuurlijke rampen, conflicten, armoede, slechte landbouwinfrastructuur en overexploitatie van het leefmilieu. Ernstige mileudegradatie en mogelijke ingrijpende klimaatsveranderingen zullen deze boeren nog meer kwetsbaar maken. Paradoxaal,  vormt het huidige landbouwsysteem één van de belangrijkste bedreigingen van het ecosysteem. In een rapport van 2010 identificeert de UNEP landbouw en voedselconsumptie  als één van de belangrijkste bedreigingen van het ecosysteem met een significante impact op  klimaatsverandering, water verbruik, habitat verandering, waterverbruik en toxische emissies.

Is er een landbouw mogelijk die de grenzen van de veerkracht van het ecosysteem zou respecteren en tegelijk het recht op voedsel en het recht op menselijke autonomie zou verzekeren?

Landbouw ecologische impact

Klimaatsverandering

Naar schatting wordt 33% van de menselijke uitstoot van broeikasgassen  veroorzaakt door landbouwactiviteiten. In deze schattingen rekent men de uitstoot van methaan (veeteelt) en distikstofmonixde(vooral rijstvelden) en het gebruik van kunstmeststoffen. Deze zouden instaan voor 14% van de totale uitstoot van broeikasgassen. 19% van totale CO2 productie zou toe te schrijven zijn aan de veranderingen in landgebruik, specifiek ontbossing voor weilanden en teelt van gewassen.[iii]

In een bepaalde type landbouw worden op grote schaal  fossiele brandstoffen gebruikt  voor de productie van externe inputs in de landbouw (pesticiden en vooral kunstmeststoffen. ), transport en machines. In het bijzonder stikstofhoudende kunstmeststoffen, de meest gebruikte meststof, vraagt grote hoeveelheden energie. De specifieke productie van deze kunstmeststoffen zou ook  verantwoordelijk zijn voor 80% van de jaarlijkse toename van stikstofdioxide in de atmosfeer.[iv]

Veeteelt is voor een groot deel verantwoordelijk voor de methaanuitstoot, doordat methaan vrijkomt bij de spijsvertering van herkauwers (koeien, schapen, geiten, buffels, enz.). en in mindere mate ook uit dierlijke mest. Uit een rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie blijkt dat wereldwijd ongeveer 16% van alle methaanemissies afkomstig is van veeteelt[v].  In de teelt van veevoeder worden op massale schaal kunstmestoffen gebruikt, die zoals boven gesteld een grote CO2 voetafdruk hebben.

Het verminderen van de vleesconsumptie is een vrij evidente manier om de broeikasgassen uitstoot in de landbouw terug te dringen. Een organisatie als EVA[vi] probeert de publieke opinie aan te sporen om minder vlees te eten, door o.a. de zogenaamde donderdag veggie dag. Maar deze gedragsverandering is niet zo evident, vlees eten wordt als een individueel recht beschouwd en wordt nog steeds als de sociale norm naar voren geschoven.

In de biologische landbouw worden geen kunstmeststoffen of pesticiden gebruikt, zodat broeikasgassen van de productie van deze inputs al vermeden wordt. Wel dient opgemerkt dat het eventuele gebruik van mechanische oplossingen om onkruid te verwijderen ook leidt tot het verbranden van fossiele brandstoffen.

Er wordt voorspeld dat de klimaatsverandering die zal ontstaan een destructieve impact zal hebben op de voorwaarden om aan landbouw te doen. Zoals samengevat in het Stern rapport van 2006, zal slechts een kleine opwarming leiden tot een significante vermindering van de opbrengsten in tropische gebieden. Het rapport voorspeld dat hogere temperaturen zullen leiden tot een significante daling van de graanproductie in de wereld. [vii]  Maar, het IPCC  intergouvernementele panel over klimaatsverandering schat dat landbouw het potentieel heeft om 5.5 tot 6 gigaton CO2 equivalente te verminderen tegen het jaar 2030. Meer dan 89% van dit potentieel zou kunnen worden bereikt door de opslag van koolstof in de bodems, het opslaan van koolstof als organische materie. Inderdaad, de organische materie die wordt opgeslagen in de bodem heeft eveneens een belangrijke impact op de CO2 huishouding, ongeveer 50 tot 80% van de organische materie is immers koolstof. Daarenboven levert een bodem met een hoge organische materie een rijke habitat voor levende organismen. Volgens meta-analyses blijkt dat biologische landbouw gemiddeld gezien een rijkere organische massa hebben dan in de conventionele landbouwsystemen. [viii] Agro-ecologische oplossingen zou de boeren in staat stellen om zich beter te wapenen tegen de extreme gevolgen. In 1998 toonde een grote studie van 180 gemeenschappen van boeren in Nicaragua aan dat gronden bewerkt volgens agro-ecologische methodes  (gebruik van groenbemesters, gewassenwisseling, bouw van dijken, …) 40% meer bovengrond (de rijke bodemlaag), minder erosie en hogere opbrengsten leverden.  Agroforestry programmes ontwikkeld in Malawi hebben aangetoond dat de bodemdoorsijpeling sterk werd verbeterd wat tot een vermindering van mislukte oogsten heeft geleid[ix]. En verschillende experimenten in Ehtiopia, India en Nederland hebben aangetoond dat de fysieke kenmerken van de bodem van biologische boerderijen de gewassen resistenter maakte tegen droogte[x].De biologische landbouw wordt ook geassocieerd met een rijkere diversiteit aan soorten, wat de landbouw ook zou beschermen tegen de extreme weersomstandigheden en de verhoogde invasie van nieuwe plaagdieren, onkruiden en ziektes die meer dan waarschijnlijk sterk zullen toenemen door de klimaatsverandering.[xi]

Een bepaald type landbouw (industriële) zorgt dus voor een belangrijke uitstoot van broeikasgassen; maar lokaal aangepaste methodes van agro-ecologie worden geassocieerd met minder dramatische impact, en verhogen tegelijk de veerkracht van de lokale systemen tegen mogelijke klimaatsveranderingen.

Eutrofiëring

Eutrofiëring of beter gezegd hypertrophicatie is een exponentiële toename van biomassa in het water. Een overmatige toevoer van  stikstof en fosfaten in water is de belangrijkste oorzaak van dit verschijnsel. Dit kan als gevolg hebben dat het zuurstofgehalte in het water wordt uitgeput, wat tot een verstikking van bepaalde dierensoorten kan leiden. Andere soorten kunnen dusdanig aangroeien zodat ze andere soorten verdringen. De exponentiële toename van exotische algen is één voorbeeld van invasieve soorten die op deze manier een ecosysteem kunnen bedreigen.  Het gebruik van meststoffen in de landbouw is de belangrijkste aanvoerder van deze stikstof en fosfaten. In de V.S. bijvoorbeeld, zijn deze meststoffen verantwoordelijk voor 40% van de totale eutrofïëring.

Vergiftiging van het ecosysteem door pesticiden

Landbouwactiviteiten worden in de literatuur ook aangeduid als de belangrijkste oorzaken van toxische impact op het leefmilieu. Dit kan verklaard worden door het gebruik van zogenaamde agro-chemicaliën in een bepaald type landbouw.[xii] Op international vlak werd een internationaal akkoord afgesloten om de menselijke gezondheid en het leefmilieu te beschermen voor giftige chemicaliën. In het kader van deze Stockholm Conventie inzake persistente organische verontreinigende stoffen; werd een lijst opgesteld met de meest bedreigende substanties, 9 van de 12 geïdentificeerde substanties zijn pesticiden. De toxische  impact van pesticiden laat haar gevolgen voelen in de kwaliteit van het water, de lucht,  en de biodiversiteit. In een recente studie werd aangetoond dat in 4 stroombekkens van Europese rivieren belangrijke hoeveelheden pesticiden aanwezig zijn die een potentieel bedreigend effect kunnen hebben op organismen.[xiii] Naar schatting sterven alleen al in de V.S. jaarlijks 72 miljoen vogels aan de gevolgen van pesticide vergiftiging. 6% van de ozonconcentratie in de troposfeer zou worden veroorzaakt door pesticiden.  Zoals bekend kunnen pesticiden een ernstige impact hebben op de menselijke gezondheid.  Een resem aan wetenschappelijke studies heeft aangetoond dat blootstelling aan pesticiden de kansen op kanker verhoogt, verstoring van de hormonenbalans kan veroorzaken, en een sterke vermindering van de vruchtbaarheid tot gevolg kan hebben.  Greenpeace schat dat 170 pesticiden die op de Europese markt worden verkocht, en 327 pesticiden die op wereldschaal worden gebruikt een verhoogd risico inhouden voor de menselijke gezondheid en voor het leefmilieu. De milieuorganisatie pleit er dan ook onomwonden voor om deze producten van de markt te halen[xiv]

In een opmerkelijke internationale rechtszaak georganiseerd door het Permanent People Tribunal (PPT) werden onlangs de 6 grootste producenten van deze pesticiden veroordeelt voor ernstige schendingen van mensenrechten[xv]. Het PPT is geen erkend internationaal rechtsorgaan; maar een opinie rechtbank die schendingen van de internationale conventies aanklaagt omdat het internationale recht hiervoor tekort schiet. Het PPT heeft begin december 2011 in Bangalore Indië, relevante getuigen opgevoerd waaronder wetenschappers,  boeren, inheemse volkeren, en activisten die de beschuldigingen tegen de multinationals kwamen ondersteunen.  Het tribunaal kwam tot het oordeel dat deze 6 agrochemische multinationals verantwoordelijk zijn voor de dood en ernstige ziekte van duizenden onschuldigen, onherstelbare milieuschade hebben toegebracht, en mede verantwoordelijk zijn voor de verlies aan controle van het recht op voedsel en ondergraving van lokale traditionele landbouwsystemen. Sommige observanten vinden dat het mensenrechten discours misbruikt wordt door deze uitspraak. Men vindt het gevaarlijk dat de fabrikanten van landbouwproducten beschuldigd worden van’wijdverspreide en systematische schendingen van het recht op gezondheid, leven, economische, sociale en culturele rechten; en ook burgerlijke en politieke rechten, de rechten van inheemse volkeren en de rechten van vrouwen en kinderen’. [xvi]  Indien dit oordeel te sterk lijkt, kan het relevant zijn om één van de cases uit het tribunaal onder de loep te nemen.

In een beklijvende getuigenis die werd opgevoerd tijdens het proces, werd de impact van het gebruik van de pesticide endosulfan beschreven in een dorp in India. In Kasargod stierven naar schatting 4,000 mensen ten gevolge van het bespuiten van endosulfan met vliegtuigen over cashew noten plantages rond het dorp gedurende twee decennia. De pesticide Endosulfan drong zich door de placentabarrières van de moeders door, met als dramatisch gevolg dat vele kinderen werden geboren met aangeboren afwijkingen. Een van deze kinderen, de nu 18 jaar oude Shruthi heeft slechts 4 vingers aan haar handen, en haar ernstig misvormde rechter been moest recent worden geamputeerd. Haar moeder werd blootgesteld aan endosulfan tijdens de zwangerschap van Shruthi, en stierf zes jaar geleden aan kanker. [xvii]

Uit sociaal oogpunt gezien is een andere zorgwekkende tendens het oligopolie op de zaadmarkt. 4 van de bovenvermelde agrochemische bedrijven bezitten samen 50% van de totale commerciële zadenmarkt. [xviii] Als reactie tegen de concentratie van het bezit van zadenpatenten heeft Vadana Shiva, een Indisch feministische milieu-activiste een kenniscentrum opgezet voor onderzoek naar agro-ecologie. Vandana Shiva vreest dat deze bedrijven de zadenmarkt volledig willen controleren. Ze stelt dat deze tendens het  de boeren de mogelijkheid neemt om zaad nog aan te maken, te gebruiken, te bewaren of verder te ontwikkelen zonder toestemming van een de bedrijven. Ze stelt dat door deze vorm van neoliberale globalisering de boer zijn sociale, culturele en economische identiteit verliest als producent. Immers een boer wordt in dit marktmodel gereduceerd wordt tot een consument van dure zaden en dure chemicaliëen die geproduceerd worden door een handvol machtige multinationals. Olivier de Schutter, de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor het recht op voedsel stelt dan ook dat we ‘honger en klimaatsverandering niet zullen oplossen door industriële landbouw op grote plantages. De oplossing lig in het ondersteunen van de kennis van kleinschalige boeren, en door lokaal onderzoek het inkomen verhogen van deze boeren om zo bij te dragen tot plattelandsontwikkeling. Wanneer de belangrijke organisaties en spelers agro-ecologische maatregelen ondersteunen, kunnen we de productie van voedsel verdubbelen in de regio’s waar de hongerigen leven’. [xix]

De acute voedselcrisis van 2007 en 2011 heeft landbouw terug op het voorplan gebracht van de globale agenda. De standaardoplossing die wordt voorgesteld is het verhogen van productiviteit door het ontwikkelen van een industriële landbouw; gedreven door pesticiden, herbiciden en kunstmatige meststoffen. Maar zoals boven werd beschreven brengt een dergelijk systeem  een ongelofelijke druk met zich mee op het kwetsbare ecosysteem, en vormt  het een ernstige bedreiging voor de menselijke gezondheid. Daarenboven bestaat er de vrees dat een industrieel marktmodel gecontroleerd door een beperkte groep machtige spelers,  de soevereiniteit van de boeren en de consumenten ernstig ondermijnt.  Indien we ons willen afvragen hoe we enerzijds de ecologische impact van de menselijke activiteit kunnen ombuigen en tegelijk het morele schandaal van vermijdbare extreme armoede kunnen aanpakken; lijkt het de moeite waard om ons in te zetten om een landbouw te bepleiten die de zorg voor het leven centraal plaatst .


[iv] Bouwman, A.F. (1998). Nitrogen oxides and tropical agriculture. Nature 392 (6679) : 866-867. Geciteerd in EVA (zie supra)

[v] de Haan, C.; Steinfeld, H.; Blackburn, H. (1997). Livestock and the Environment. Finding a Balance. A study coordinated by the Food and Agriculture Organisation of the United Nations, the United States Agency for International Development and the World Bank. European Commission, Brussels, Belgium.

Steinfeld, H.; de Haan, C.; Blackburn, H. (1997). Livestock – Environment Interactions. Issues and Options. A study coordinated by the Food and Agriculture Organisation of the United Nations, the United States Agency for International Development and the World Bank. European Commission, Brussels, Belgium.

Geciteerd in EVA (zie supra)

[vii]  IPCC, Climate Change 2007: Mitigation of Climate Change, Contribution of Working Group III to

Fourth assessment Report, 2007: section 8.4.3 geciteerd in De Schutter (Agroecology 2011)

Stern Review Report on the Economics of Climate Change, by Nicholas Stern, prepublication at http://www.hm-treasury.gov.uk,  published in Cambridge, Cambridge Univ. Press, 2007, p. 67 (quoted in http://www.srfood.org/images/stories/pdf/otherdocuments/20100513_climate-change-and-the-human-right-to-adequate-food_en.pdf)

[viii]Koen Mondelaers, et al (2009)  P.1110

[ix]  F.K. Akinnifesi et al., “Fertiliser trees for sustainable food security in the maize-based production

systems of East and Southern Africa. A review,” Agrononomy for Sustainable Development, 30:3,

2010, pp. 615-629 geciteerd in http://www.srfood.org/images/stories/pdf/officialreports/20110308_a-hrc-16-49_agroecology_en.pdf

[x]  F. Eyhord et al., “The viability of cotton-based organic agriculture systems in India,” International

Journal of Agricultural Sustainability, 5, 2007, pp. 25-38; S. Edwards, “The impact of compost use

on crop yields in Tigray, Ethiopia,” FAO International Conference on Organic Agriculture and Food

Security, Rome, 2-4 May 2007. Geciteerd in http://www.srfood.org/images/stories/pdf/officialreports/20110308_a-hrc-16-49_agroecology_en.pdf

[xiii] Pesticides pollute European waterbodies more than previously thought, 17/11/2011

[xiv] The Dirty Portfolios of the Pesticides Industry Product Evaluation & Ranking of Leading Agrochemical Companies, Greenpeace Germany, June 2008

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s