Kan bio de wereld voeden?

Een vaak gehoorde kritiek op bio is dat deze productiemethode nooit voldoende opbrengsten zou genereren om ‘de wereld te voeden’. Dit extra beslag op land zou massale ontbossing en verlies aan biodiversiteit tot gevolg hebben. Deze negatieve impact zou de mogelijke milieuvoordelen van biologische landbouw overschaduwen. Wat is hier nu van aan? Zijn de opbrengsten van de biologische landbouw veel lager dan die van de gangbare landbouw. Zijn de opbrengsten de doorslaggevende factor om de duurzaamheid van een landbouwmodel af te wegen.

De uitdaging is niet alleen: landbouwproductie moet voldoende opbrengst verzekeren om de wereld te voeden.
De uitdaging is: duurzame landbouwproductie moet in staat zijn om voldoende voedsel te produceren zonder het milieu verder in gevaar te brengen en moet tegelijk waardig werk verlenen.

Een aanzet voor een analyse ->

a.Uit recente meta-studies blijkt dat biologische landbouw gemiddeld 80% opbrengst van de meest productieve gangbare landbouwpraktijken haalt. De ene studie werd gepubliceerd in Nature, de andere in Science.
(bio/gangbaar is zelf 95% voor groentegewassen die niet geïrrigeerd worden en voor meerjarige gewassen op licht zure tot licht-base gronden) – zie bronnen infra.

b. De meest productieve gangbare landbouwpraktijken haalt hoge opbrengsten met hoge externaliteiten op het milieu. Deze landbouw leidt tot de uitputting van schaarse fossiele grondstoffen en zorgt voor een te hoge druk op het milieu onder andere uitstoot van broeikasgassen. De opwarming van de aarde is een hoog risico voor landbouwpraktijk in de meest kwetsbare gebieden.

c.Het onderzoek naar biologische landbouw heeft slechts 10% van de middelen van het onderzoek van de gangbare landbouw. De optimale opbrengst van biologische landbouw heeft nog heel wat groeipotentieel.

d. Een groot deel van de huidige voedselproductie gaat verloren door verspilling en Deze verspilling kan worden vermeden. (1 voorbeeld van voedselverspilling. 50% van alle voedsel in de Verenigde staten wordt verspild,
1 voorbeeld van obesitas: meer dan 50% van volwassen Europese bevolking is te dik of zwaarlijvig)

e. De intensiveringsval. De maximum rendementen in de gangbare landbouw zijn waarschijnlijk al bereikt, een toename van 70% productie op de zelfde gronden zou een vergelijkbare groei vragen als de groei van de productie sinds de groene revolutie tot nu.
Over de laatste 50 jaar:
•gemiddelde opbrengst belangrijkste voedselgewassen gestegen met factor 2 (verdubbeling)
•hoeveelheid externe stikstof (meststoffen) gestegen met factor 7
•hoeveelheid fosfor gestegen met factor 3
•hoeveelheid water gebruikt voor irrigatie gestegen met een factor 2 (verdubbeling)

f. Door verbetering van de landbouwtechnieken kan de productie in voedselonzekere gebieden sterk verhogen. Van het voedsel dat gegeten wordt in deze gebieden wordt 85% lokaal geconsumeerd. De gemiddelde graanoogst in Nederland bedraagt 10 ton per hectare. De gemiddelde graanoogst in Afrika bedraagt 1 ton per hectare. Deze opbrengst is gemakkelijk te verhogen met minder energie en kunstmest dan de opbrengst in Nederland te verhogen. Door de verhoging van de lokale productie wordt de voedselzekerheid versterkt.

h. De vraag of bio versus gangbare landbouw de wereld zal kunnen voeden is voor een groot stuk misleidend. Op dit moment wordt er voldoende voedsel geproduceerd in de wereld, en toch zijn er 800.000 mensen die op de grens van honger leven. Tegelijk is de helft van de wereldbevolking zwaarlijvig of obees. Voedselzekerheid heeft te maken met armoede en met de wijze waarop het beleid landbouwontwikkeling ondersteunt. Europa dumpt zijn landbouwoverschotten nog steeds in ontwikkelingslanden. Boeren in Europa krijgen nog steeds overheidssteun die boeren in ontwikkelingslanden niet krijgen.

Het gebruik van niet-hernieuwbare inputs is per definitie niet duurzaam.

Om 9 miljard mensen te voeden in 2050 met de huidige productiemiddelen van de gangbare landbouw hebben we nodig:
•ca. 113,000 miljoen olie vaten per jaar
•= 8% van de totale wereld reserve (geschat wordt op 1,481,526 million barrels)
•De huidige oliereserves zouden in 12 jaar uitgeput zijn
(Bron: Tittonell 2013)

Het voeden van een gemiddelde persoon in de ‘ontwikkelde’ wereld kost ongeveer 1500 liter olie equivalent per jaar.
• > 30% productie van chemische meststoffen,
•19% voor machines op het land
•16% transport
•1 kilogram stikstof in kunstmestof vraagt de energie equivalent aan 1.4 tot 1.8 liter benzine.
(Bron: Pimentel, D., Giampietro, M., 1994. Food, Land, Population and the U.S. Economy.
Washington DC: Carrying Capacity Network; National Reports and Studies.)

Een groot deel van de huidige voedselproductie gaat verloren door verspilling. Een groot deel van deze verspilling kan worden vermeden.

-50% van alle voedsel in Verenigde Staten wordt verspild.
-In Japan wordt er jaarlijks voedsel verspild ter waarde van 11 triljoen Yen (101,6 miljard USD)
-In de UK wordt er jaarlijks tot 20 miljoen ton voedsel als afval weggesmeten.
-In heel de ontwikkelde wereld, wordt voedsel beschouwd als een wegwerp product, waarbij de sociale en milieu impact van de productie genegeerd wordt.
Wanneer welgestelde staten zouden stoppen om zo massaal voedsel weg te smijten, zou de druk op het ecosysteem en op het klimaat aanzienlijk verlicht worden.
(Bron: Tristram Stuart, Waste uncovering the global food schandal, 2009p. xvi )

Heeft bio meer land nodig dan ‘gangbare’ landbouw?

Het antwoord kan zich niet beperken tot het vraagstuk van de opbrengst. Om de opbrengst te verzekeren heeft bio bijkomend land nodig voor de bemesting te verzekeren. In bio wordt bemesting geleverd door dierlijke mest of groenbemesters waarvoor bijkomende grond vereist is. (zie Ponti et al)

Maar is er dan voldoende grond om aan biologische landbouw te doen die de stijgende wereldbevolking kan voeden?

Er is op dit moment geen degelijke studie die hier een duidelijk antwoord op geeft.

Biologische landbouw heeft extra ruimtebeslag voor de productie van de bemesting. Maar er is op dit moment geen studie die een duidelijk antwoord geeft op de extra ruimtebeslag die bio nu precies vraagt.

Verenigd Koningrijk: Simon Fairlie onderzocht de vraag kan het VK zichzelf voeden? En onderzocht of het VK gevoed zou kunnen worden met biologische landbouw.

Hiervoor onderzocht hij hoeveel land er nodig is voor de productie van een ‘basis dieet’ onder verschillend productiesystemen.
Hij vergeleek chemische landbouwproductie opbrengst met dieren vs de methode chemisch vegan/biologisch vegan/biologisch dieren/permacultuur vegan.
Hij komt tot de conclusie dat het Verenigd Koninkrijk zich zou kunnen voeden door zowel de combinatie biologisch/vegan als door de combinatie biologisch.dieren, en dat er nog heel wat extra geschikt landbouwgrond beschikbaar zou zijn (11.2 miljoen hectare en 2.6 miljoen hectare respectievelijk)
Hij kwam tot de conclusie dat de chemische landbouw met veeteelt slechts 54% van het totaal areaal land gebruikt. Biologische landbouw in zijn berekening heeft dus dubbel zoveel land nodig enerzijds omdat de opbrengst lager ligt (60%) en anderzijds omdat er grond nodig om de bemesting te voorzien (hij rekent dat een op de drie gronden gebruikt zou moeten worden voor groenbemesters).
Ondertussen blijkt uit studies dat de gemiddelde opbrengst van biologische landbouw van 80% hoger ligt dan de 60% die Fairlie aannam in zijn studie. Anderzijds nuanceert Fairlie het getal van 1 hectare op de drie die moet braakliggen met groenbemester. Hij haalt experimenten aan waarbij slechts 25% van de grond hiervoor zou moeten braakliggen. De beperkende factoren die Simon Fairlie aanhaalt worden deels bevestigd in de opbrengst vergelijking studie van Ponti. Maar tegelijk wordt er in deze studie ook aangehaald dat groenbemesters kunnen ingezaaid worden in de gewasproductie, waardoor de groenbemester geen extra ruimtebeslag heeft. Doordat groenbemesters in een aantal gevallen kan worden ingezaaid in de gewasproductie kan het blijken dat het extra landgebruik in bio lager ligt. Maar dit cijfer heb ik niet gevonden.

De cijfers: een bespreking van twee recente ‘wetenschappelijke’ studies die de opbrengst bio/gangbaar vergelijken.

Comparing the yields of organic and conventional agriculture. (Verena Seufert, Navin Ramankutty, Jonathan A. Foley) Nature 485, 229–232 (10 May 2012)

Deze omvattende meta-analyse vergelijkt het verschil in opbrengst tussen biologische en conventionele landbouwpraktijken.
Uit de meta-analyse blijkt dat biologische opbrengst lager is dan gangbare opbrengst. De gemiddelde ratio bio/conventioneel is 0.75 dus de biologische opbrengsten zijn 25% lager dan de opbrengsten van gangbare teelt.
Maar uit de analyse blijkt dat de verschillen in opbrengst sterk bepaald worden door de plaatselijke omstandigheden, door de landbouwsystemen die gebruikt worden en door de kenmerken van de sites
Het opbrengst verschil varieert van:
-5% lagere opbrengst bio-gangbaar (rain-fed groenten en meerjaring op licht zure tot licht-base gronden)
-13% lagere opbrengst (wanneer best beschikbare biologische praktijken worden gebruikt)
-34% lagere opbrengst (wanneer de conventionele en biologische systemen het best te vergeljiken zijn)
De auteurs concluderen dat onder bepaalde omstandigheden – met goede landbouwpraktijken, bepaalde gewas soorten en teelt condities – biologische landbouwsystemen er in slagen om bijna dezelfde opbrengsten te behalen als conventionele systemen, maar onder andere omstandigheden is de kloof tussen biologische en gangbare opbrengsten veel groter.
Indien biologische landbouw een belangrijk instrument zou moeten worden voor duurzame voedselproductie, dan moeten de limiterende factoren voor de opbrengst in de biologische lanbouw beter worden begrepen. Deze analyse moet hand in hand gaan met de beoordeling van de sociale, milieu en economische voordelen van biologische landbouwsystemen.

De prestaties van biologische systemen variëren sterk per gewas soort. De opbrengst van biologisch fruit en zaadolie tonen een klein, maar statistisch niet significant verschil ten opzichte van gangbare (-3% en -11% respectievelijk).
Biologisch graan en groenten hebben een significante lagere opbrengst dan conventionele systeemen (-26% en -33% respectievelijk)
Uit de studie bleek dat de opbrengst van biologische systemen die beste beschikbare managementpraktijken gebruiken varieert tussen -5% (groenten en meerjarigen) en -15% voor alle soorten teelten anderzijds).
Opsplitsing ontwikkelde versus ontwikkelingslanden
In deze meta-studie zijn vooral ontwikkelde landen geanalyseerd.
Wanneer de opsplistsing wordt gemaakt, dan is het verschil -20% voor ontwikkelde landen, maar 43% in ontwikkelingslanden.

Hoe verklaren de onderzoekers het verschil in opbrengst tussen deze twee systemen?
De onderzoekers stellen date en deel van de verklaring ligt in de hoeveelheid stikstof (N) input van de twee systemen. Wanneer de biologische systemen hogere hoeveelheden N krijgt dan conventionele dan stijgt de performantie van bio, terwijl de conventionele opbrengst niet significant verbetert. Biologische systemen zijn beperkt in N, terwijl dit niet het geval is voor gangbare teelten. De N beschikbaarheid lijkt een belangrijke opbrengst beperkende factor te zijn in vele biologische systemen. Het vrijkomen van N van organische bronnen zoals compost, groenbemesters of dierenmest is langzaam en is niet afgestemd op de piekmomenten van een teelt.
Biologische gewassen hebben betere opbrengsten op zwak-zure of zwak-basische bodems. Een mogelijke verklaring is de impact op phosphor (P). Onder sterk zure of basische omgevingen is P minder beschikbaar voor planten.

Welke methode hebben de onderzoekers gehanteerd?
In dit onderzoek werd een meta-analyse opgezet die de resultaten van wetenschappelijke studies die opbrengst conventioneel/biologisch statistisch analyseert. Op die manier kun je met meer betrouwbare zekerheid een uitspraak doen over een onderzoeksvraag. Immers de resultaten kunnen met meer statistische zekerheid veralgemeend worden. De opbrengst in een landbouwsysteem wordt veroorzaakt door tal van factoren (gewaskeuze, micro-klimatologische omstandigheden, bodemtoestand, type mest stoffen,…) de meta-studie laat toe om te controleren of de resultaten te verklaren zijn door het landbouwsysteem dan wel door meer ‘toevallige’ randfactoren.

Hoe werd de studie uitgevoerd?
De analyse is gebaseerd op 66 vergelijkende studies, die data verzamelen van 62 sites, en die 316 bio/conventionele opbrengstvergelijkingen van 34 verschillende soorten vergelijkt.
De selectiecriteria is van essentieel belang in deze meta-analyse:
-de vergelijkbaarheid van de studies moet verzekerd zijn
-de meta-analyse moet een volledig overzicht geven van het beschikbaar onderzoek.
-de wetenschappelijke kwaliteit moet verzekerd zijn. De wetenschappelijke kwaliteit werd onder andere als volgt bepaald in deze studie:
-gepubliceerd in peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften waarbij het experimenteel opzet die in de studies besproken werd voldoet aan de hoogste kwaltiteitstandaarden.
-rapportering van opbrengst data in individuele soorten in een biologsiche en conventionele behandeling
-de biologische behandeling moet gecertificeerd bio zijn.
-de studies publiceren primaire data
-de schaal van de biologische en conventionele zijn vergelijkbaar
-de gerapporteerde data mocht niet voorkomen in een andere studie, de studies moeten de gemiddelde (X), de standaard deviatie en de steekproef

Conclusie van de studie. biologische opbrengst is lager dan gangbare opbrengst
-5% lagere opbrengst bio-gangbaar (rain-fed groenten en meerjaring op licht zure tot licht-base gronden)
-13% lagere opbrengst (wanneer best beschikbare biologische praktijken worden gebruikt)
-34% lagere opbrengst (wanneer de conventionele en biologische systemen het best te vergeljiken zijn)

The crop yield gap between organic and conventional agriculture de Ponti, T., Rijk, B., van Ittersum, M.K., 2012. 108, 1–9.

Deze meta-studie vergeek 362 data paren van biologische en gangbare landbouwsystemen verzameld uit 150 studies. De opbrengsten voor de biologische teelt is gemiddeld 80% van de gangbare teelt. De gemiddelde opbrengst verschilt van regio tot regio. In europa was de relatieve opbrengst het laagst met 70% en het hoogste in Asia (89%). In deze metastudie werd de volgende hypothese getest: hoe dichter de gangbare landbouw bij de potentiële opbrengst niveau, hoe groter de opbrengst kloof tussen biologische en gangbare landbouw zal zijn. Het bleek dat deze hypothese enkel valide is voor 2 gewassen (graan en soja).

Hypothese:

De onderzoekers hanteerden de volgende onderzoek hypothese: hoe dichter de gangbare landbouw bij de potentiële opbrengst niveau, hoe groter de opbrengst kloof tussen biologische en gangbare landbouw zal zijn. De hypothese bleek enkel gevalideerd te worden voor granen en sojabonen.

Potentiële (maximum) opbrengst: de maximum opbrengst van een bepaald gewas onder bepaalde klimatologische omstandigheden. De potentiële maximum opbrengst gaat uit van een optimaal gebruik van nutriënten en water, waarbij potentiële verliezen van deze inputs maximaal worden vermeden.

Yield limiting factor: beperkingen op vlak van nutriënten, plagen en ziekten spelen een groter in biologische landbouw. Hoe beter deze beperkingen worden weggewerkt in gangbare landbouw hoe groter de kloof is tussen de gangbare en de biologische landbouw.

Methode: op basis van keywords werd de wetenschappelijke database WebSpirs doorzocht voor studies die conventieel vs biologische landbouw opbrengst doorlichten.
De studies over biologische landbouw zijn niet beperkt tot gecertificeerde landbouwsystemen. De onderzoekers beoordeelden of de praktijken die in de studies werden geanalyseerd voldoen aan de basis definitie van IFOAM. De onderzoekers vonden 314 verschillende studies. Maar na een verdere selectie op basis van een aantal kwaliteitsstandaarden kwamen ze uit op 135 geschikte studies. Na een enquête bij 300 individuen en organisaties werden er nog 15 toegevoegd. Dus de analyse werd gevoerd op basis van 150 studies de gangbare en biologisch landbouw vergelijken. Uit deze studies werden 362 vergelijkende paren van biologisch/conventionele opbrengst data gedistilleerd. 85% van de data komt uit Europa en Noord-Amerika, 9% komt van ontwikkelingslanden.
43% van de studies komt van graangewassen,

Welke beperkende factoren in bio identificeren de auteurs?
-Landgebruik voor groenbemesters: Wanneer vlinderbloemigen geteeld worden als groenbemester in plaats van voeder/voedsel gewas dan wordt er beslag gelegd op grond op bedrijfsniveau. Deze beperkende factor kan voor een stuk worden opgevangen door het inzaaien van de groenbemester onder of tussen de teelt van de productie gewassen.

-Schaarste van. dierlijke mest. Wanneer de biologische productie zou uitbreiden zou de vraag naar dierlijke mest stijgen. Hierdoor zou er druk komen op de beschikbaarheid voor het telen van voedergewassen en ook andere gewassen.

-Specifieke limiterende factoren biologische opbrengst in Afrika: de auteurs stellen vast dat er weinig data beschikbaar is voor Afrika. In verschillende gebieden is de druk van plagen een stuk groter, wat eventueel moeilijker te beheersen zou zijn met biologische productiemethodes. De beschikbaarheid van nutriënten in de bodems is eventueel ook een beperkende factor voor de biologische

Organic agriculture and the global food supply. Renew. Agr. Food Syst. 22 86-108 (2007)
Badgley C, Moghtadera J., Eileen Quinteroa, Zakema E., Chappella J., Avilés-Vázqueza K., Samulona Z., Perfectoa A.

Deze studie concludeerde dat bio = opbrengsten heeft als gangbaar en in bepaalde gevallen zelf hoger. Maar deze studie is sterk bekritiseerd geweest. Deze studie gebruikte data van bedrijven die niet echt als biologische kunnen worden beschouwd en in de studie werden oneigenlijke vergelijkingen gemaakt van opbrengsten. Slechts 42 van de 293 gebruikte studies van Badgley hebben de kwaliteitstoets van de Ponti doorstaan.

Abstract:
De belangrijkste kritieken dat biologische landbouw aanzienlijk kan bijdragen aan de globale voedselvoorziening is dat de bio te lage opbrengsten oplevert en dat er onvoldoende hoeveelheid van biologische toegelaten meststoffen beschikbaar zouden zijn. In deze studie hebben de auteurs de algemeen geldigheid van deze twee claims onderzocht.
Om te onderzoeken of bio nu inderdaad lage opbrengsten oplevert hebben ze de opbrengsten van biologische landbouwsystemen vergelijken voor een globale data set van 293 voorbeelden en hebben op die manier de gemiddelde opbrengst ratio vergeleken van de verschillende voedsel gewassen voor de ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden. De auteurs van deze studie concludeerden dat de gemiddelde opbrengsratio slechts iets lager is dan 1.0.
Met deze gemiddelde opbrengstratio hebben de auteurs de gemiddelde voedsel voorziening gemodeleerd dat biologisch geteeld zou kunnen worden op de huidig beschikbare landbouw areaal.
Het model geeft aan dat de biologische methode genoeg voedsel zouden kunnen produceren per capita om de huidige populatie en een licht stijgende bevolking, zonder dat er beslag gelegd wordt op bijkomend landbouw areaal. De onderzoekers bekeken ook of er potentieel genoeg stikstof beschikbaar is door het gebruik van groenbemesters. Data van gematigde en tropische agro-ecosystemen suggereren dat groenbemesters voldoende stikstof zouden fixeren om het de hoeveelheid kunstmeststoffen die nu gebruikt worden te vervangen. Deze resultaten geven aan dat biologische landbouw het potentieel heeft om significant bij de dragen aan de globale voedselvoerziening en tegelijk de negatieve impact van gangbare landbouw te vermijden.

De resultaten werden betwist door Cassman (2007), Conor (2008), Goulding et al (2009) Maar deze studie is sterk bekritiseerd geweest. Deze studie gebruikte data van bedrijven die niet echt als biologische kunnen worden beschouwd en in de studie werden oneigenlijke vergelijkingen gemaakt van opbrengsten. Slechts 42 van de 293 gebruikte studies van Badgley hebben de kwaliteitstoets van de Ponti doorstaan

Het vraagstuk om de stijgende wereldbevolking te voeden is heel complex: een exemplarische overzicht

De uitdaging om de stijgende wereldbevolking is heel complex. Hier geef ik een samenvatting en vertaling van het rapport: Creating a sustainable food future A menu of solutions to sustainably feed more than 9 billion people by 2050 World Resources Report 2013–14: Interim Findings
De uitdagingen (volgens het WRI)
-Honger en de omvang van de voedselkloof
Meer dan 800 miljoen mensen blijven ‘voedsel onzeker’, wat betekent dat ze periodiek honger hebben.
-De ontwikkeling en de armoede uitdaging
Ongeveer 2 miljard mensen werken in de landbouwsector, veel van hen zijn arm. Om de armoede aan te pakken moeten de landbouw ontwikkelen op manier die voldoende economische opportuniteiten biedt. Bijzondere aandacht voor vrouwen is hiervoor noodzakelijk, omdat ze de meerderheid van de arbeidskrachten in landbouwgebieden beslaan.
-Het gebruik van land en de biodiversiteit uitdaging
Het areaal in gebruik voor teelt van gewassen en weilanden beslaan nu ongeveer de helft van het land dat niet is bedekt door ijs, water of woestijnen. De voortschrijdende uitbreiding van grond voor gewassen en weilanden is de belangrijkste oorzaak van teloorgang van het ecosysteem en verlies aan biodiversiteit. Tussen 1962 en 2006 is het landbouwareaal toegenomen met ongeveer 500 miljoen hectare, een areaal dat grofweg overeenstemt met 60% van de oppervlakte van de Verenigde Staten. De omschakeling van bossen, savannes staat in voor ongeveer 11% van de globale uitstoot van broeikasgassen.
-De uitdaging van de opbrengst van gewassen en weilanden.
Om de voorspelde stijgende nood aan gewassen te kunnen produceren op het zelfde jaarlijkse areaal zou de opbrengsten met 32% moeten groeien tussen 2006 en 2050 dan ze deden tussen 1962 en 2006. Niettegenstaande er nog een groot potentieel is om de opbrengsten te verhogen, is het versnellen van de opbrengsten aan een nog hoger tempo een zeer grote uitdaging.

-De uitdaging van klimaatsverandering
De productie van gewassen en dierlijke producten staat in voor ongeveer 13% van de uitstoot aan broeikasgassen, of ongeveer 6.5 gigaton van CO2 equivalent per jaar, zonder dat de impact van de verandering van landgebruik wordt meegeteld. Wanneer de uitstoot van de emissies met verandering in landgebruik wordt meegeteld dan zouden de globale emissies door landbouw tegen 2050 kunnen stijgen tot 15 gigaton. Om de opwarming van de aarde onder de 2°C Celsius grens te houden zouden de jaarlijkse emissies van alle bronnen in de wereld met ongeveer 21-22 GT moeten verminderen tegen 2050. Om deze doelstelling te bereiken moet landbouw haar uitstoot van broeikasgassen significant verminderen, en tegelijk de productie verhogen.

De gecombineerde uitdaging. Deze verschillende uitdagingen zijn sterk met elkaar verbonden. Klimaatsverandering kan bijvoorbeeld een dramatische impact hebben voor de opbrengsten en inkomen van landbouwers en hun voedselzekerheid in gevaar brengen.

Oplossingen (volgens het WRI)
De oplossingen om voldoende voedsel te verzekeren voor de wereldbevolking zijn diverser dan enkel de opbrengst te verhogen.
• Opties om excessief verbruik van voedsel te verminderen:
o verminderen obesitas
o verminder verlies en afval
o verminder excessieve consumptie van dierlijke producten
o maak een omslag naar een meer efficiënte mix van dierlijke producten
o help Afrika in haar inspanningen om het vruchtbaarheidscijfer te verminderen (verminderen aantal kinderen per vrouw)

• Opties om voedselproductie te verhogen zonder nadelige uitbreiding van gebruik van land.
o Slimmer aan landbouw doen (opportuniteiten voor verbeterde landbouwpraktijken zijn onder andere zorgvuldige selectie van zaden aangepast aan lokale omstandigheden, door dachter gebruik van meststof, meer aandacht voor micronutriënten, betere voorspelling van het weer zodat timing voor het planten kan worden aangepast)
 Ontwikkel betere zaadvariëteeitn
 Onderzoek hoe elke landbouwer de productiviteit kan verhogen
 Oogst meer frequent op hetzelfde perceel
 Verhoog opbrengst in Afrika door in te zetten op beter bodem en water beheer
 Intensifieer de productiviteit van weilanden

• Opties om de CO2 emissies van de landbouwproductie te verminderen
o Carbon sequestratie strategiëen (door bijvoorbeeld niet kerende bodembewerking)
o Verhoog de efficiëntie in het gebruik van inputs
o Verbeter het voederen en de gezondheid van koeien en schapen
o Balanceer het gebruik van meststoffen
o Verminder de emissies van de rijstvelden

Conclusie

Kan de wereld deze gebalanceerde oefening uitvoeren? ‘Onze beoordeling is bescheiden maar hoopvol. De uitdaging is groter en meer complex dan vaak wordt voorgesteld. De potentiële oplossingen kunnen niet enkel helpen om de voedsel voorziening kloof te dichten, maar genereren tegelijk andere voordelen. Het verminderen van verliezen en afval voorkomt uitstoot van broeikasgassen en vermindert de druk op het land, energie en water en spaart in de meeste gevallen geld uit. Kleine boeren helpen om hun koeien efficiënter te voeden helpt om hun inkomen te verhogen en vermindert de emissies en het gebruik van land. Om deze win/win oplossingen te bereiken moeten overheden, de private sector, het middenveld zo snel mogelijk kordaat samen werken.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s