Louise Fresco over biopatatjes.

In haar magnus opus ‘Hamburgers in het Paradijs, Voedsel in tijden van schaarste en overvloed’ bekent Fresco dat ze nu en dan verleid wordt om biologisch eten te kopen. Maar dit tegen beter weten in. Ze schrijft dat de biologische landbouw ‘een aantrekkelijk verhaal vertelt over verbondenheid en harmonie van de mens en de natuur’. Maar, stelt Fresco, het grootste deel van dit verhaal is gebaseerd op ‘waardevolle bedoelingen en wetenschappelijk onvoldoende getoetste en zelfs volledig onjuiste gedachten’ (p. 249) . Ze schrijft dat biologische landbouw vaak helemaal niet de meest duurzame optie is, zelfs in tegendeel. Interessant toch. Maar hoe betrouwbaar is de analyse van Fresco?

Louise Fresco, als haar naam geen belletje laat rinkelen, dan even deze introductie.

fresco

Zij is universiteithoogleraar, ze heeft recent een kijkenswaardige 6-delige documentaire gemaakt voor de Nederlandse televisie over voedsel en was adviseur voor de Verenigde Naties rond voedselontwikkeling. Ze heeft in vele kranten en tijdschriften artikels geschreven over voedsel. Als ze gevraagd wordt aan universiteiten voor een lezing kan ze op volle zalen rekenen. Naar haar stem wordt geluisterd, wat ze zegt heeft impact. Bovendien heeft ze een turf geschreven over ‘de vele vragen rond voedsel’ gericht naar het grote publiek waarin ze haar licht op onze houding over voedsel laat schijnen.

Zelf ben ik een grote liefhebber van de biologische landbouw, liefde maakt soms blind. Daarom is het steeds goed om je ideeën af te toetsen aan kritische stemmen. Op die manier wordt je ook gedwongen na te denken over de grondslagen van je denken. Op voorhand weet je ook hoe moeilijk het is om je mening bij te stellen. Stel nu dat positieve emoties die ik voel voor de biologische landbouw gebaseerd blijken op illusies. Wel dan zou ik waarschijnlijk overschakelen op een psychologisch verdedigingsmechanisme. Maar om te weten of mijn opvattingen betrouwbaar zijn of niet, is het de kunst om een methode te hanteren die me toelaat een onderscheid te maken tussen waarheid en fictie. [deze methode is de essentie].

Wat ik wil weten is wat is de meest mens, dier, en milieuvriendelijke landbouwpraktijk of systeem? Welke methode laat me toe om vast te stellen of een bepaalde praktijk nu ook effectief mens, dier of milieuvriendelijk is?

In deze bespreking zal ik me beperken tot het becommentariëren van de methode die Fresco hanteert. Door een analyse en bespreking van de sterktes en de zwaktes van haar methode hoop ik enerzijds dichter te komen bij de ontdekking van de methode om tot betrouwbare kennis te komen; en anderzijds hoop ik al een beter zicht te krijgen op de vraag of biologische landbouw nu duurzamer is of niet.

In eerste instantie komt het op aan te ontleden of de argumenten die Fresco hanteert ook kloppen. Vervolgens is het de kunst om te onderzoeken of ze haar redeneringen logisch sluitend zijn. Interessant genoeg zal een goede criticaster me verplichten om na te gaan of de argumenten en redeneringen die ik hanteer gebaseerd zijn op betrouwbare data en analyses. Het risico dat ik zou lopen is dat ik feiten zou negeren die tegenstrijdig zouden zijn met mijn initiële opvattingen. Om zo veel mogelijke mijn menselijke vooringenomenheid te overstijgen is het de kunst om een goede methode te hanteren om tot betrouwbare kennis te komen.  Okay, scratch your heads.

In haar magnus opus getiteld ‘Hamburgers in het Paradijs, Voedsel in tijden van schaarste en overvloed’ heeft Louise Fresco  een heel hoofdstuk gewijd aan biologische landbouw. Om precies te zijn 26 pagina’s. Ze verdedigt de stelling dat ‘natuurlijk en biologisch lang niet lang niet altijd ‘ecologisch beter’ zijn, hoe graag we dat intuïtief ook zouden willen’ (p. 249) ‘Biologisch is geen noodzakelijk onderdeel van duurzame voedselvoorziening. Wat de duurzaamheid van de productie betreft slaat de uiteindelijke balans tussen biologische en gangbare landbouw niet door in het voordeel van de biologische landbouw, vanwege het veel grotere areaal dat nodig is om dezelfde productie te halen en de lagere efficiëntie van het gebruik van productiemiddelen. (…) Voor het  oplossen van het wereldvoedselprobleem is de biologische landbouw dus niet geschikt.’ (p. 245)

Hoe gaat Louise Fresco te werk om deze stelling te onderbouwen?

In de eerste 10 pagina’s van het hoofdstuk over biologische landbouw, met de veelzeggende titel ‘Heimwee naar het paradijs: ‘biologisch’ en ‘natuurlijk’, legt ze haar lezer uit dat biologische landbouw geïnspireerd is op de Bijbelse paradijsmythe en op een romantisering van de natuur. Bio laat zich ‘leiden door een ‘niet-bestaande, maar o zo verleidelijke idylle die in schril contrast staat met de realiteit van de moderne wereld’. Nadat ze het scherp heeft gesteld dat de ‘gelovers’ in biologische landbouw naïeve dromers; legt ze uit wat ‘biologisch’ nu precies is, en verwijst ze naar de formele definitie zoals ze beschreven is in de Europese wetgeving. Dan gaat ze dieper in op de vraag ‘is biologisch beter’? Op welke gronden is haar stelling gebaseerd dat biologische landbouw niet duurzaam is? In haar analyse zal ze enkele elementen uitkiezen die te maken hebben met de dimensies milieu, dier, mens. Telkens maakt ze de vergelijking tussen gangbaar en bio en de resultaten van haar analyse legt ze op haar duurzaamheidsbalans. Let wel, Fresco hanteert geen systematische, overzichtelijk raamwerk van de constitutieve onderdelen van de schaal of de gewichten van haar duurzaamheidsbalans.

In wat volgt ga ik in op haar analyse van de selectie van de elementen die haar leiden tot de conclusie dat biologische landbouw niet duurzamer is. Telkens zal ik proberen om de sterktes en de zwaktes in haar analyse bloot te leggen. Maar eerst nog even naar het begrip van natuurlijkheid en biologische landbouw. (je kunt dit deel ook gewoon overslaan en naar het stuk over duurzaamheid gaan)

Natuurlijk is beter.

De stelling in de titel ‘natuurlijk is beter’ zal voor vele lezers op instemming kunnen rekenen. Maar wat wordt eigenlijk bedoelt met natuurlijk, en wanneer is iets niet meer natuurlijk? Biologische landbouw appelleert aan het ideaal van natuurlijkheid, harmonie tussen de mens en de natuur. Het beeld van natuurlijkheid roept allerlei positieve associaties op. Maar de grens tussen natuurlijk en ‘on’-natuurlijk is niet zo duidelijk te trekken stelt Fresco. Letterlijk genomen is elke vorm van landbouw immers een biologisch proces. ‘Het ‘biologische’ gedachtegoed onderscheidt zich in dat fundamentele opzicht niet van de gangbare landbouw, waarmee de nadruk op het biologische nogal nietszeggend wordt. Fotosynthese blijft fotosynthese, met dezelfde moleculen hoe de plant verder ook behandeld wordt. Altijd richt de landbouw zich op beschermen, vermeerderen en oogsten van gewenste soorten ten koste van andere soorten, en vinden dezelfde chemische omzettingen plaats. Toch begrijpen we instinctief wat er bedoeld wordt met ‘biologisch’.(p. 234)

De problematisering van de scheiding natuurlijk vs onnatuurlijk is in mijn ogen heel pertinent. De definiëring van natuurlijkheid is nogal vaag. Indien we de mens als onderdeel van natuur zien dan zijn in feite alle handelingen van de mens natuurlijk, inclusief het gebruik van hulpmiddelen zoals een spade, maar ook mechanische hulpmiddelen zoals een tractor of chemische hulpmiddelen zoals pesticiden. Een heel brede interpretatie holt dus de betekenis van natuurlijkheid volledig uit. Een hele enge interpretatie van natuurlijkheid zou dan elke interventie van de mens volledig uitsluiten. Maar dat zou dan betekenen dat elke handeling van de mens als ‘niet natuurlijk’ wordt beschouwd. Maar dat zou dan inderdaad betekenen dat ‘natuurlijke landbouw’ een contradictio in terminis is. In de enge interpretatie is elke vorm van voedselproductie of landbouw onnatuurlijk want de mens grijpt in. Hier wil ik even scherp stellen dat de definitie van natuurlijkheid niet evident is. Er zijn verschillende interessante analyses geschreven om tot een relevante begripsanalyse te komen, maar dat overstijgt het kader van deze bespreking. En dit wazig concept van natuurlijkheid kan er toe leiden dat duurzame technologieën worden afgezworen omdat ze niet natuurlijk zouden zijn.  Ik denk dat het belangrijk is dat de waarden die we voorop stellen, de principes die we hier uit afleiden ook echt bereikbaar moeten zijn. Indien we een waarde voorop stellen die volstrekt onbereikbaar is dan zal de realiteit altijd te kort schieten, wat niet wenselijk is. Dan schort er iets aan de ‘waarde’, die te vaag omschreven is of weinig uitstaan heeft met de werkelijkheid. Als we ‘natuurlijkheid’ vaag houden kunnen we het te absoluut stellen, waardoor het niet meer werkbaar wordt.

Het is aan de liefhebber en de belangensector van de biologische landbouw om een open discussie aan te gaan over de betekenis en de relevantie van de term ‘natuurlijk’ of zelf de wenselijkheid van de term. Ondanks de netelige kunst om tot een goede omschrijving of aflijning van het concept te komen, is een betekenisvolle invulling van het begrip ‘natuurlijk’ best wel mogelijk, maar moet die aan een aantal voorwaarden voldoen. Op dit moment is er geen algemeen aanvaardbare definitie van natuurlijke landbouw die op algemene instemming kan rekenen. Maar gelukkig hoeft dit niet als we het over bio willen hebben. Het gebruik van het de term ‘natuurlijke landbouw’ wordt vaak geassocieerd met ‘biologische landbouw’ maar valt hier niet volledig mee samen. ‘Biologische landbouw’ als begrip is daarentegen wel duidelijker vastgelegd, enerzijds door de internationale koepel IFOAM, anderzijds is het gebruik van de term ‘biologische landbouw’ zelf wettelijk beschermt.

Als Fresco het heeft over biologische landbouw dan verwijst ze naar de ‘juridische’ omschrijving van biologische landbouw. De definitie en de voorschriften van de Biologische landbouw in Europa staan duidelijk omschreven in twee verordeningen. Elk product dat in Europa verkocht als biologisch moet aan deze regels voldoen en wordt hier op ook streng gecontroleerd. Deze voorschriften stipuleren bijvoorbeeld dat er geen kunstmeststoffen mogen worden gebruikt, en dat chemische bestrijdingsmiddelen enkel in uitzonderingsgevallen mogen worden gebruikt, dat preventieve antibiotica in de veehouderij verboden is en ook het gebruik van genetische modificatie is verboden. Deze voorschriften worden bepaald door de Europese Commissie op basis van de verwachtingen van de consumenten en input van de belanghebbenden, in eerste instantie de sectororganisaties van de biologische landbouw. In Vlaanderen is dat BioForum, waar ik 8 maanden voor gewerkt heb. Op Europees en mondiaal niveau wordt de biologische sector vertegenwoordigd door een koepel, IFOAM. De voorschriften zijn geïnspireerd door de principes van de biologische landbouw. Het is dus geen vaste ‘gegevenheid’ bij goddelijke wet dat bepaalde landbouwpraktijken, biologisch zijn. Telkens moet de toets worden gemaakt van deze praktijken aan de uitgangspunten waarop biologische landbouw gebaseerd is. De principes, de uitgangspunten zijn gebaseerd op waarden waar een bepaalde groep mensen op een gegeven moment belang aan hechten. Soms krijgt de biologische landbouwsector het verwijt dat ze zich ideologisch opstellen. Maar het is niet omdat je waarden en principes hebt waar je naar wilt handelen dat je dan een ideoloog zou zijn. Anders zou niemand nog zijn handelen kunnen baseren op waarden of principes. Je bent pas een ideoloog als je de principes als absolute dogma’s naar voren worden geschoven. De ideoloog weigert om in open dialoog te treden over de principes, of over de manier waarop gedragsregels worden afgetoetst aan principes. Dus is het cruciaal voor de biologische sector, om zich te oefenen om telkens af te toetsen op welke manier de bepaalde productieregels al dan niet conform zijn aan de basisprincipes. Vervolgens is het ook belangrijk om te toetsen of de basisprincipes stroken met de waarden die ze echt willen nastreven.

De 4 basisprincipes van biologische landbouw, zoals ze zijn omschreven door de internationale koepel, zijn: ecologie, gezondheid, rechtvaardigheid en voorzichtigheid. De notie van ‘natuurlijkheid’ zit vooral vervat in het principe van ecologie, gezondheid en voorzichtigheid.

Als voorbeeld neem ik het gebruik van kunstmeststoffen dat verboden is als productiepraktijk in de biologische landbouw (volgens de Europese bio wetgeving) omdat het niet strookt met een aantal van de basisprincipes (van de biologische landbouw, die omschreven zijn door IFOAM). Het gebruik van kunstmeststoffen strookt niet met het principe van Ecologie, waarbij er gestreefd wordt om zo weinig mogelijk externe inputs te gebruiken. Kunstmeststoffen worden geproduceerd op basis van fossiele brandstoffen. Indien we aanvaarden dat het gebruik van fossiele brandstoffen eindig is en bijdraagt tot de opwarming van de aarde, dan is het in lijn met het principe van voorzichtigheid, gezondheid en ecologie om een alternatief te gebruiken als dat bestaat. Het alternatief in de biologische landbouw is gefocust op het verrijken van de bodem met lokaal organisch materiaal, waar nodig aangevuld met hulpstoffen die worden ingevoerd. In een zekere zin zijn fossiele brandstoffen natuurlijk, vermits ze door de ‘natuur’ zijn gevormd; maar de massale consumptie van deze fossiele brandstoffen leidt tot een massale verstoring van het globale ecosysteem (klimaatsopwarming) waardoor het leven op aarde ernstig verstoord wordt. Het concept ecologie gecombineerd met de andere principes zijn in mijn ogen vruchtbaar om mee te werken, en overstijgen de problematiek die ontstaat door de vage aflijning van het begrip natuurlijkheid.

De verleiding van het ideaal van harmonie.

Het ideaal van de natuur als voorbeeld kan tot verregaande conclusies leiden.  ‘Laat de biologie het werk doen, en de overvloed van de natuur komt vanzelf naar ons toe, zo is de suggestie.’(p. 220)

Fresco argumenteert dat de waardering van  natuurlijke en de nadruk op harmonie, gebaseerd is op een romantisering van de natuur.  Volgens Fresco is de nadruk op harmonie als waarde ontstaan in de Romantiek (p. 225,). Het was in de periode van het einde van de achttiende eeuw, toen de verstedeling een groter beslag op de natuur voor landbouwgrond legde, dat de ideeën over de natuur als inspiratie voor het morele handelen zijn ontstaan. ‘Volgens die visie omvat de natuur zelf de bron van waarheid, schoonheid en waarachtigheid, en dus moeten mensen daaraan een voorbeeld ontlenen.’ Maar zegt Fresco in de ‘meeste hedendaagse niet-westerse culturen is de relatie tussen natuur, landschap en mens een precaire, waarbij de goden van de natuur (aarde, planten, water, vuur, insecten, zaad) voortdurend tevreden gesteld moeten worden. De natuur is daar te ongetemd en onvoorspelbaar, te veel een bron van onzekerheid en angst om er romantische gevoelens over te koesteren. (…)De echte natuur is helaas geen welwillende moeder – of vaderfiguur, maar een neutrale, nietsontziende en veelal ‘wrede’ kracht, gedreven door de evolutie. Die kant van de natuur moest eerst door offers bezworen worden, en later na de secularisatie, werd deze werkelijkheid het liefst vergeten. De moderne stedelijke middenklasse ontkent maar al te makkelijk dat het in toom houden van de natuur aan boeren wordt overgelaten. De paradijselijke natuur is in feite alleen een morele leidraad, en geen praktische’. (p. 225) Pas als dankzij moderne technologie de mensen voedselproductie beginnen te domineren, kunnen ze het zich permitteren de natuur te idealiseren en haar onschadelijk te verklaren. (…)

Het lijkt me goed om voor ogen te houden dat het ideaal van harmonie met de natuur en het ecosysteem tot een verregaande romantisering kan leiden. Een romantisering die een aanhanger van de biologische landbouw zou kunnen verleiden tot ideeën die weinig voeling hebben met de werkelijkheid. Maar in haar analyse suggereert Fresco dat de biologische landbouw gebaseerd is op een dromerige idealisering, die blind is voor de werkelijkheid van de landbouw. Dit is een overtrokken analyse.  Nergens lees je bij Fresco een erkenning dat vele spelers in de biologische landbouwsector, en niet in de laatste plaats de landbouwers zelf, een heel nuchtere kijk hebben op de landbouwpraktijk.  Het is duidelijk dat biologische landbouwers vaak geconfronteerd worden met aspecten van het ecosysteem die de productiviteit ondermijnen. Biotische factoren zoals plagen van insecten en abiotische factoren, zoals de impact van de weersomstandigheden denk maar aan de hagel die de fruitoogst kan bedreigen.  De onderzoekers in de gespecialiseerde centra en de landbouwers die dagelijks de productiviteit onderzoeken zijn steeds op zoek om een optimale balans te creëren om zo hun oogst te kunnen verzekeren. Dat de biologische landbouwer met zijn voeten in de aarde staat geeft Fresco geen aandacht. Bovendien is romantisering en enthousiasme voor de eigen principes en praktijken iets vrij menselijk. Deze neiging zien we ook terug bij de fervent enthousiaste aanhangers van de nieuwst toepassingen van biotechnologie in de landbouw. De toepassingen die de labo’s kunnen ontwikkelen zijn inderdaad fascinerend op vlak van technologisch inzicht, maar de verleiding om deze technologische inzichten als zaligmakend oplossingen te verheffen en ze te romantiseren is evenzeer een strekking die sinds de industriële ontwikkeling opgang heeft gemaakt. Maar volgens mij zijn heel van de principes en de praktijken binnen de biologische landbouw niet gebaseerd op naïeve denkbeelden. De biologische landbouw erkent dat we een onderdeel zijn van het ecosysteem en ziet het als haar taak om zorgvuldig met de natuurlijke bronnen om te gaan en tegelijk de ontplooiing van de mensen die op en van de velden leven te stimuleren. De vraag is natuurlijk hoe je daar het best in kan slagen?

Voor wie de natuur als leidraad neemt, vertaalt zich dat in de overtuiging dat je door ‘biologische’  en aanverwante producten kiest voor een betere planeet, zonder ontbossing, met minder chemicaliën en schoner water. (…) verzet je tegen economische groei en consumptiedrang, tegen ‘gif’ en vervuild water, koop biologisch!’. Maar zo concludeert Fresco meewarig ‘Was het maar zo eenvoudig’.

Hoe scoort bio op de balans van duurzaamheid?

Fresco buigt zich over de ‘meest wezenlijke vraag of biologische producten en productiewijzen beter zijn voor mens, dier en de planeet dan gangbare’. (p. 237) Fresco begint met aan te geven dat hier niet zomaar een simpel antwoord op te geven is. ‘Het hangt af van vele factoren, te beginnen met wat het ‘gangbare’ is waarnaast je de biologische benadering legt’. Zoals met alles rond voedsel en duurzaamheid gaat hier om de afweging van ongelijksoortige dimensies, en helaas beginnen daarmee de dilemma’s. Want wat is goed voor de planeet? Valt dat samen met wat goed is voor de mensheid? Daarbij komt ook dat er op bijvoorbeeld voedingskundig en bodemkundig gebied nog lacunes in onze kennis bestaan.’ Na deze kant tekeningen bespreekt Fresco een aantal dimensies. Uiteindelijk komt ze tot de conclusie dat ‘Wat de duurzaamheid van de productie betreft slaat de uiteindelijke balans tussen biologische en gangbare landbouw niet door in het voordeel van de biologische landbouw, vanwege het veel grotere areaal dat nodig is om dezelfde productie te halen en de lagere efficiëntie van het gebruik van productiemiddelen.  (…) Voor het oplossen van het wereldprobleem is de biologische landbouw dus niet geschikt. (…) Biologische landbouw biedt per eenheid product ook geen bijdrage aan vermindering van de uitstoot van broeikasgassen of de besparing van water’. (…) Wat betreft dierlijke productie is de balans positiever, voornamelijk vanwege het verbod op antibiotica, maar dat is lang niet overal doorslaggevend. Effecten op biodiversiteit, die lastig meetbaar zijn en vooral te danken zijn aan het verbod op chemische middelen, worden deels tenietgedaan door groter areaalbeslag.’.

Een harde kritiek op de biologische landbouw, maar de vraag is of ze ook klopt? Fresco zegt dat ze heeft geprobeerd haar beweringen  op wetenschappelijke wijze te hebben onderbouwd (p. 14). Maar de lezer heeft hierover geen garantie, Fresco verwijst nooit naar haar bronnen. De basis van wat op mijn universiteitsbanken geleerd hebben is dat een betrouwbare paper steeds moet duidelijk maken welke bronnen er worden gebruikt. De lezer heeft geen enkele zicht op de methodes waarop de stellingen gebaseerd zijn. De keuze van de methode om kennis te verzamelen is cruciaal om van wetenschappelijkheid te kunnen spreken. De ene mens kan bijvoorbeeld goddelijke kennis zien als de enige manier om tot betrouwbare kennis te komen. Een andere mens kan een methode van het af toetsen van hypothesen door empirisch onderzoek binnen het kader van een theorie als een betrouwbare methode beschouwen. Of een combinatie van beide. In wat volgt ga ik enkele beweringen van Fresco af toetsen aan onderzoeken die gevoerd zijn met wat met gangbaar noemt ‘wetenschappelijke’ methodes.

Biologische landbouw heeft lagere opbrengsten.

‘Wie een product koopt dat is geteeld zonder kunstmest, kiest voor een lagere opbrengst per hectare. Immers, landbouw betekent dat met elke oogst de voedingstoffen in de plant of het dier uit de bodem komen worden overgebracht naar de mensen. Ook al kan dit enige tijd goed gaan, uiteindelijk moet het verlies aan bodemvruchtbaarheid gecompenseerd worden. Dat is niet eenvoudig. De schattingen over de opbrengsten lopen sterk uiteen. Uit bijna alle onderzoeken blijkt dat de opbrengst van biologische landbouw lager ligt dan wat de gangbare productiemethoden opbrengen. Dat kan driekwart tot een kwart lager zijn, afhankelijk van het onderzoek en het product.’ (p. 237-238)

De lage opbrengsten zijn voor Fresco een cruciaal argument in haar kritiek op biolandbouw. Ze herhaalt dit argument veelvuldig. (p. 235, 237,239, 241 ,…) De lage opbrengsten leiden immers tot een groter gebruik van land, waardoor in haar redenering biologische landbouw minder duurzaam is.

Fresco beweert dat de opbrengsten van biologische landbouw driekwart tot een kwart lager zijn, afhankelijk van het onderzoek.

Maar in twee recente meta-studies werd aangetoond dat biologische landbouw 80% van de opbrengst bereikt ten opzichte van gangbare landbouw,  dus biologische landbouw heeft slechts 20% lagere opbrengst heeft. Deze studies geven de gemiddelde aan van verschillende proeven. In een aantal gevallen is de opbrengst van biologische landbouw gelijk of zelf hoger dan zeer productieve gangbare systemen. Dus op basis van deze studies zou de juiste stelling zijn. ‘Uit onderzoeken blijkt dat gemiddeld gezien, de opbrengst van biologische landbouw lager ligt dan wat de gangbare productiemethoden opbrengen. Dat kan driekwart lager zijn, maar kan ook een kwart hoger liggen dan gangbare opbrengsten. Op basis van meta-studies blijkt dat de opbrengst gemiddeld 20% lager ligt.’ Fresco gaat dus uit van een serieuse onderschatting van de opbrengst van biologische landbouw. Zoals gezegd vermeld ze haar bronnen niet. De studies die ik hier citeer zijn te recent om door Fresco te zijn opgenomen. Maar ook minder recente wetenschappelijke studies (op basis van de wetenschappelijke databank web of science) geven een beeld van opbrengst die consequent hoger liggen dan Fresco’s cijfers.

(zie mijn vorige blogpost voor meer info over dit vraagstuk)

Biologische landbouw heeft meer grond nodig dan gangbare landbouw.

Door de lagere opbrengst per hectare is er meer landbouwoppervlakte nodig voor dezelfde productiehoeveelheid. We zijn het hier mee eens. Maar zoals we net hebben besproken is het verschil in opbrengst niet zo dramatisch als Fresco voorstelt. Louise Fresco haalt nog andere redenen waarom biologische landbouw meer grond nodig heeft. “de manieren om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden anders dan met kunstmest zijn braaklegging (een of meer rustjaren), vruchtwisseling (of rotatie) met groenbemesting (planten zoals klaver en bonen, die stikstof kunnen binden), dierlijke mest, slib en strooisel van bos en heide: elk van deze oplossingen vraagt extra land. Zelfs een minimale vruchtwisseling – drie graanoogsten afgewisseld met één jaar vlinderbloemigen voor de groenbemesting of braak – heeft al tot gevolg dat je een kwart meer land nodig hebt. (…) Er is echter veel meer [land] nodig dan wat lokaal of op wereldschaal voorhanden is. En nog iets anders: meer oppervlakte gebruiken betekent ook dat je meer brandstof nodig hebt voor grondbewerking en transport. Land in gebruik nemen veronderstelt bovendien ontginning, wat ook weer een extra uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen oplevert.”

Fresco merkt ter recht op dat landbouw meer grond nodig heeft voor haar productie dan de grond waarop het product wordt geproduceerd. Indien je vee produceert is de voetafdruk vaak vele malen groter dan het terrein waar het vee op leeft. Immers je hebt grote oppervlakten nodig om het voeder te produceren. Maar Fresco suggereert dat ‘gangbare landbouw’ een duurzame landbouw kan voeren met een goede bodemvruchtbaarheid zonder extra landgebruik voor de productie. Enerzijds is deze conclusie overtrokken, want de gangbare landbouw heeft enerzijds ook extra landgebruik nodig, dus het netto verschil is niet zo groot als ze laat uitschijnen. Anderzijds is het de vraag of bodemvruchtbaarheid inderdaad gerealiseerd wordt door het eenzijdig gebruik van kunstmeststoffen. Het blijkt dat in de gangbare landbouw de bodem vaak te lijden heeft op vlak van minerale samenstelling en structuur, wat een impact heeft op waterretentie en afvloeiien van voedingsstoffen. (bronnen) Fresco is het niet eens met een van de uitgangspunten van de biologische landbouw: vermijd het gebruik van fossiele brandstoffen. Voor Fresco is het gebruik van fossiele brandstoffen niet zo’n probleem. Immers de voorraden zijn oneindig, en de input van deze CO2 voorraad in de atmosfeer lijkt ze er dan maar bij te nemen. Ze heeft een houding van ‘in de toekomst zullen we wel een oplossing vinden’. De biologische landbouw schrijft zich in op een visie dat we de schaarse hulpbronnen niet mogen uitputten en het ecosysteem leefbaar houden voor de mensen en haar omgeving. Een te grote verbranding van fossiele brandstoffen zou de CO2 exponentieel doen toenemen in de lucht. Dat is één van de redenen waarom de biologische landbouw categoriek het gebruik van kunstmeststoffen afzweert, en alles op alles zet om alternatieve manieren te gebruiken en ontwikkelen die de bodemvruchtbaarheid bevorderen. Bovendien heeft de bodem ook een belangrijke functie op het vlak van de gezondheid van de planten. Het is ondertussen duidelijk geworden dat een plant niet enkel haar voedingstoffen haalt uit de bodem. De plant staat in directe interactie met de andere organismen die in de bodem leven. Negatief gesteld kan dit een vernietigende impact hebben op de groei van de plant, schimmels kunnen de plant schade toebrengen. Maar positief gezien kan de plant in interactie treden met de organismes in de bodem, waardoor haar groei ontwikkeld wordt. Het ‘voeden’ van de bodem gaat verder dan enkel de concentratie van de basis mineralen (NPK).

Fresco heeft een balans waarop ze vooral productiviteit en landgebruik als meet eenheden gebruikt, maar de biodiversiteit van de bodem, de risico’s voor de landbouwer, het gebruik van fossiele brandstoffen en de indirecte impact op de klimaatsopwarming worden deels buiten beschouwing gelaten.

Biologische landbouw is inefficiënt omdat ze geen herbiciden gebruiken. (p. 239)

In de biologische landbouw worden geen herbiciden gebruikt omdat deze producten gefabriceerd worden uit fossiele brandstoffen. Anderzijds zullen deze herbiciden, inclusief de selectieve, mogelijke schade toebrengen aan andere organismen die in de bodem leven. Het gebruik van pesticiden en herbiciden is bovendien niet zonder gevaren voor de volksgezondheid van de landbouwer die deze producten gebruikt. Goed ik besef dat ik hier wat snel van stapel kan lopen. In de biologische landbouw wordt het onkruid vaak manueel of mechanisch verwijderd, een arbeids-intensieve bezigheid. Gegeven het arbeidsintensieve karakter betekent dit vaak dat dergelijke arbeid wordt verricht tegen relatief lage lonen, wat niet ideaal is. Deze vrij lage lonen zijn jammer genoeg gangbaar in de landbouw in Vlaanderen. Het is een uitdaging om deze lonen te verhogen. Maar wat als nu blijkt dat een bepaalde herbicide nu echt heel selectief en dus enkel het onkruid vernietigt dat geviseerd wordt is en duidelijk volledig biologisch afbreekbaar is, zou het dan duurzaam zijn? Indien de hulpbronnen die voor de productie voor een dergelijk herbicide van hernieuwbare hulpbronnen komen, en de milieu-impact van het productieproces neutraal is, dan lijkt het argumenteerbaar om een dergelijk product te gebruiken. Maar een hernieuwbare hulpbron vraagt vaak extra landoppervlakte om te telen, wat deels kan opgevangen worden door de productie in te schakelen in een gezond rotatie systeem.

Bio beter voor de gezondheid

-de aanwijzingen over de gezonheidsbevorderende eigenschappen van biologische producten zijn niet eenduidig. Fresco haalt vrij willekeurig een aantal studies aan over de impact op de gezondheid van biologische producten. In deze kan ik hier niet verder op ingaan.

-biologische producten zijn niet eenduidig positief voor de volksgezondheid en de veiligheid van biologische producten. Hiervoor haalt ze het risico van bacteriële besmettingen afkomstig van de darmflora van dier toe. Waarbij ze verwijst naar E. Coli. De biologische teelt zou een groter gevaar voor besmetting opleveren dan gangbaar voedsel. In deze kan ik hier niet verder op in gaan.

-De smaak van biologische producten is beter dan vele gangbare producten. Volgens Fresco is de smaak van biologische producten is volgens Fresco niet perse beter dan voor gangbare producten. (p.244) Het vervelende is opnieuw dat Fresco haar bronnen niet vermeldt verwijst ze naar blinde smaakproeven, maar enkel voor groenten. Maar welke groenten werden vergeleken, in welke periode, onder welke omstandigheden, wat is de representativiteit van de steekproef. De lezer heeft er het gissen naar.

Bio goed voor uw ziel en uw imago

Vervolgens gaat Fresco nog in op de marketing van biologische producten en de psychologie van de gebruikers van biologische producten.

Aanbod en vraag van biologische producten

Fresco stelt dat het aanbod biologische producten in Nederland en Europa heel beperkt is. (p.246) Het is inderdaad zo dat het aanbod van biologische producten nog steeds beperkt is. [voeg bron toe] Fresco stelt dat er sprake is van onderconsumptie, de potentiële markt voor biologische producten is veel groter dan de reële markt. Fresco onderzoekt de redenen hiervoor. Enerzijds, bekijkt ze de prijs, die iets hoger ligt dan voor gangbare producten. Maar volgens Fresco is de prijs geen voldoende verklarende factor omdat het verschil beperkt is. Volgens Fresco weerspiegelt ‘de uitblijvende doorbraak van biologische producten een gebrek aan overtuiging: wij verlangen liever dan dat wij handelen. Consumenten blijven zich afvragen, in elk geval in hun hart, of biologisch ook echt verschil maakt. Daar hebben ze ook geen ongelijk in, omdat de uiteindelijke balans niet doorslaat naar biologisch.’ Een steek naar het hart van de liefhebber van biologische landbouw. Goed ik zal even stil staan bij haar redenering. De bedenking dat de ‘de uiteindelijke balans niet doorslaat naar biologisch’ heb ik in bovenstaande besproken. De weegschaal die Fresco hanteert is volgens mij het geschikte instrument om duurzame  landbouw in af te wegen. De argumenten die ze in haar weegschaal legde bleken ook niet op goede wetenschappelijke data gebaseerd te zijn. Om een goed begrip te krijgen op de redenen van het koopgedrag is er meer nodig dan giswerk. Het koopgedrag wordt immers door heel veel factoren bepaald, waaronder beschikbaarheid, gewoonte, conformeringsgedrag. Om op een betrouwbare manier te kunnen weten of de consumenten zich effectief afvragen of biologisch ook echt het verschil maakt zou er rekening moeten worden gehouden met deze verschillende factoren, gecombineerd met enquêtes van consumenten die naar hun attitude peilen.

Fresco haalt een aantal factoren aan die de complexiteit van de duurzaamheid van biologische landbouw en de psychologie van de consument bespreken. Het is positief hoe ze laat zien dat duurzaamheid een complex gelaagd fenomeen is. Maar de feiten die ze aanhaalt zijn vaak partieel en niet gebaseerd op correcte wetenschappeljike data. Bovendien haalt ze hypothesen aan.

 Wat vindt Fresco positief aan Bio?

Ze stelt dat ‘iedereen er zich wel in kan vinden dat de biologische landbouw het accent heeft verlegd van productiviteit en productieverhoging naar een landbouw die mens-, dier – en natuurvriendelijk is.’ En Biologisch en ecologisch kunnen heel dicht bij elkaar liggen. Echter, het werkt averechts kunstmest en genetische modifcatie a priori af te wijzen en vertroebelt de discussie voer de werkelijke bijdrage die de ecologie kan leveren aan de modernisering van de landbouw en voedselvoorziening. Wie biologische producten koopt, maakt een keuze, zelfs al is het er een die de planeet niet zal redden. ‘Biologisch’ en ‘natuurlijk’ gaan uiteindelijk over ideologie, over voedsel als levensstijl, aangeprezen met oprechte bedoelingen. De kracht van biologische en verwante stromingen is dat ze uiteindelijk een verhaal bieden. Een verhaal over harmonie en herkomst, over liefde voor de natuur, over het romantische landschap van de menselijke maat, over toewijding aan het ambacht, over verlangen naar een ongecompliceerde wereld, een waarin wij veilig zijn. (…) Dit verhaal tilt ons uit de anonimiteit en geeft betekenis aan ons bestaan, vooral als het een verhaal is dat zin geeft aan die onvermijdelijke dagelijkse activiteit van het consumeren’.

Ik kan Fresco volledig volgen in het belang van een goed verhaal bij de producten die we consumeren.  Maar Fresco suggereert dus dat dit verhaal grotendeels een sprookje is dat niet gebaseerd is op ‘objectieve karakteristieken’. In deze korte bespreking heb ik enkele van haar kritieken weerlegd en aangetoond dat de aannames van de biologische landbouw vaak beter onderbouwd zijn dan wat Fresco laat uitschijnen. Maar dat neemt niet weg dat het de taak is van elke liefhebber van de biologische landbouw om kritisch met de aannames en de feiten om te gaan.

Wat ik positief vind aan het werk van Fresco is dat ze een stukje de complexiteit van de dimensies van duurzaamheid blootlegt. Maar haar analyse heeft een aantal uitgesproken manco’s:

In voorlopige conclusie:

-Fresco haalt wetenschappelijke feiten aan die niet correct blijken. We hebben het voorbeeld van de opbrengst besproken.

-Fresco minimaliseert de impact van de drukfactoren op duurzame productie. Het verbranden van fossiele brandstoffen onder de vorm van kunstmeststoffen ervaart ze niet als problematisch. Fresco negeert de milieu impact die de ontginning van fossiele brandstoffen met zich meebrengt.

-Fresco heeft een enge interpretatie van de waardering van duurzaamheid.

-Haar analyse schiet te kort. In haar analyse beperkt ze zich vaak tot het verwijzen naar een geïsoleerde studie, die haar stelling dan moet onderbouwen. Zie het voorbeeld waarbij ze op basis van één proef tot de conclusie komt dat de smaak van biologische producten niet beter is dan die van gangbare producten.  Van een degelijke wetenschappelijk analyse zou op zijn minst een kritische reflectie over de methode om tot betrouwbare kennis te komen. Een geïsoleerde studie kan interessant zijn om het potentieel van een bepaalde methode of productiewijze aan te rijken. Maar één studie is niet voldoende om een uitspraak te doen over de geldigheid van een stelling. Haar analyse heeft het voordeel dat ze heel veel verschillende aspecten van de ‘duurzaamheid’ aanhaalt. Ze bespreekt de opbrengst, het landgebruik, de impact op hulpbronnen, de impact op de gezondheid van mensen en dieren, de marketing, het economische succes, de psychologische wortels, de marketing tot de smaak van biologische landbouw. Om een goede vergelijking te maken tussen de landbouwsystemen zijn al deze elementen inderdaad van belang. Maar tegelijk toont haar bespreking de moeilijkheid om deze complexiteit volledig in kaart te brengen. Om een betrouwbare uitspraak te doen over één element, heb je al heel wat studiewerk nodig. Je moet de beschikbare studies in kaart brengen, vervolgens probeer je de betrouwbaarheid van de methode te begrijpen, vervolgens bespreek je de tekortkomingen van de studie en haar methode om zo met de nodige kanttekeningen een uitspraak te kunnen doen. Om een betrouwbare uitspraak te doen over een balans die verschillende elementen vergelijkt, moet je bovenstaande oefening telkens herhalen en vervolgens nog eens een goede analyse maken van de methode waarmee je de balans hebt afgewogen. Hoe neem je bijvoorbeeld de interactie tussen de verschillende elementen mee in je analyse? Deze bespreking van haar werk heeft me  geconfronteerd met de vele vraagtekens die ik zelf heb over de bredere duurzaamheidsimpact van verschillende elementen in de biologische en gangbare landbouw. Bij deze ben ik Louise Fresco zeer dankbaar voor haar ‘thought provoking’ werk.

Op deze blog zul je nu en dan analyses, of bedenkingen terugvinden om zo goed mogelijk te kunnen antwoorden op dit vraagstuk. Als mens wil ik immers een zo positieve mogelijke impact hebben op deze planeet. Ik wil zo bewust mogelijk zijn van wat me voedt. De keuze over de manier waarop mijn eten wordt geproduceerd is een onderdeel over de keuze over de manier waarop ik mij wil verhouden tot de wereld. Daarom is het belangrijk om goed te begrijpen welke praktijken nu het meest in overeenstemming zijn met de basiswaarden die ik wil nastreven: solidariteit, zelfontplooiing, respect, betrouwbaarheid, verwondering, liefde.

Advertisements

2 thoughts on “Louise Fresco over biopatatjes.

  1. Beste schrijver,

    mooie analyse, maar onderstaande argumenten halen het discours van Fresco volledig onderuit:

    Dierlijke producten hebben ook 10 keer (vuistregel) meer grond nodig dan plantaardige producten. In een scenario waarbij we steeds minder vlees eten, zal er verhoudingsgewijs meer grond vrijkomen, waarbij de 20% minderopbrengst gemakkelijk kan gecompenseerd worden.

    Momenteel wordt er voldoende voedsel geproduceerd voor 9 miljard mensen, de 9 miljard die er zullen zijn in 2050, een cijfer dat constant aangehaald wordt door de voorstanders van een productivistisch landbouwmodel. Voedselproductie is momenteel geen probleem, het is de voedseldistributie. 70 procent van de hongerlijders zijn boeren in het Zuiden. GMO’s en hypermoderne ontwikkelingen zullen deze landbouwers helaas niet helpen… (bron: VN rapport De Schutter)

    Groet

    • Dag Bert,

      interessante bedenkingen.

      Je opmerkingen zijn inderdaad belangrijke argumenten in het debat over de productiehoeveelheid. Wanneer we over duurzame landbouw spreken dan is een van de belangrijke aspecten de voedselopbrengst om voedsel zekerheid te kunnen garanderen. Fresco zegt dat bio de wereld niet kan voeden, omdat er onvoldoende grond zou zijn. In haar werk zegt ze dat bio 5 à 6 keer zoveel grond zou nodig hebben’Inclusief de lagere opbrengsten, de braak, de vruchtwisseling en de dierlijke mest, zouden we theoretisch wel vijf of zes keer zoveel land nodig hebben voor biologische landbouw als we nu gebruiken voor de gangbare landbouw.’ (p. 245, Hamburgers in het Paradijs, Fresco). Zoals ik in een andere blogpost betoogde is de opbrengst relatief, omdat er bijvoorbeeld zo ontzettend veel voedsel verspild wordt. Bewust heb ik het argument van plantaardig/vlees in die blogpost vermeden omdat dat debat mijn insziens iets complexer is dan het toepassen van de vuistregel 10 keer meer grond vlees/plantaardig. Tot nu toe heb ik nog geen berekening gezien die ook de mest meerekent die in een volstrekt vegetarisch alternatief zou geproduceerd worden. Kunstmest is volgens mij geen oplossing. Het lijkt mij dat dierlijke mest vaak een zeer welkome dan wel niet noodzakelijke aanvulling is voor de voeding van de planten. Maar op deze hypothese heb ik op dit moment geen antwoord. Ik heb namenlijk nog geen studie gezien die aantoont wat de opbrengst zou zijn op de meest courante bodemtypes (inclusief tropisch) enkel te bemesten door plantaardig materiaal, zonder het gebruik van kunstmest. Heb jij zo’n studies, of denk je dat zo’n studie niet noodzakelijk is?

      Wat ik in eerste instantie problematiseerde in de bespreking is dat Fresco geen inzicht verschaft over de methode die ze hanteert om tot dit cijfer te komen. Haar cijfer over de lage opbrengsten bleek niet te kloppen. Bovendien is het volgens Fresco blijkbaar perfect duurzaam om de plant te voeden met kunstmeststoffen die uit fossiele brandstoffen worden gewonnen. Een te eenzijdig gebruik van kunstmeststoffen kan tot bodemdegradatie leiden. De praktijken die Fresco als landverspillend beschouwd, zoals vruchtwisseling en groenbemesters zijn praktijken die tegelijk de bodem helpen te verbeteren op vlak van capillariteit, agonistische schimmels,…Dat bedoelde ik als ik zeg dat Fresco een te beperkte visie lijkt te hebben op duurzaamheid.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s